nº 01
Ik kan vier seconden níet knipperen. Daarna ontploft mijn gezicht.
nº 02
M'n hond reageert harder op m'n tics dan op z'n eigen naam.
nº 03
Ik heb ooit "oma" geroepen tegen een man met een baard. Hij lachte.
nº 04
Mijn favoriete plek = lege bibliotheek om 09:03 uur.
nº 05
Ik schrijf het beste in de trein. Ritme = ritme.
nº 06
Ik kan geen "ssst" tegen mezelf zeggen. Dan begint het pas.