“Rustig blijven.” Alsof ik dat nog niet geprobeerd heb.
Dit is iets wat ik bijna iedere week minstens één keer hoor. Het komt uit een goede plek. Het werkt alleen niet zo.
Voor veel mensen is “rustig blijven” iets wat je doet. Je haalt adem, je neemt afstand, je kalmeert. Maar bij Tourette werkt het niet als een knop die je even lager zet. Het is geen keuze die je op dat moment nog maakt. Het gebeurt al.
De aanloop die niemand ziet
Wat vaak ontbreekt in dat advies, is alles wat eraan voorafgaat. De spanning die zich opbouwt. Het gevoel dat er iets aankomt wat je niet tegenhoudt, alleen uitstelt. Een soort druk die steeds verder oploopt.
Je kúnt het even onderdrukken. Soms minuten. Soms langer. Maar dat kost energie. En hoe langer je het inhoudt, hoe harder het uiteindelijk terugkomt.
Dus als iemand zegt: “rustig blijven”, zit ik daar vaak al ver voorbij.
Goede intentie, verkeerde vertaling
Het lastige is dat ik weet dat mensen het goed bedoelen. Ze willen helpen. Ze willen dat het minder wordt. Alleen vertalen ze hun eigen ervaring van stress naar iets wat voor mij fundamenteel anders werkt.
Voor hen is het spanning die je kan reguleren.
Voor mij is het een systeem dat zichzelf (ont)regelt, of ik dat nou wil of niet.
Wat wel helpt
Wat wél helpt, is iets anders. Niet sturen, maar zien. Niet oplossen, maar ruimte geven.
Iemand die zegt:
“Ik merk dat het wat meer is vandaag. Gaat het?”
of
“Kan ik iets voor je doen?”
Dat verandert alles. Omdat er dan geen druk bij komt. Geen verwachting dat ik het “even moet fixen”. Alleen erkenning.
Het verschil tussen controle en acceptatie
Er zit een groot verschil tussen denken dat iemand controle heeft, en begrijpen dat iemand ermee moet omgaan.
Hoe meer druk er komt om het te stoppen, hoe moeilijker het wordt.
Hoe meer ruimte er is, hoe beter ik erdoorheen kom.
Tot slot
“Rustig blijven” is geen slecht advies. Alleen niet voor dit.
Want geloof me:
als het zo simpel was, had ik het allang gedaan.